Een maximumtarief geldt in de vorm van een percentage van de hoofdsom met als minimumbedrag € 40, en niet € 62, zoals de bij de NVI aangesloten bureaus nu hanteren;
Er geen onderscheid wordt gemaakt tussen schuldeisers die wel en schuldeisers die niet BTW-plichtig zijn.
Met betrekking tot de volgende onderwerpen wordt het wetsvoorstel aangepast:
Hoogte incassokosten bij deelbetalingen;
Incassokosten bij vorderingen van bedrijven op bedrijven.
Hoogte incassokosten bij deelbetalingen
De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) heeft bij het ontwerp wetsvoorstel haar zorg uitgesproken over de hoogte van de incassokosten bij deelbetalingen.
Bij elke deelbetaling zou het minimumbedrag van €40 berekend mogen worden.
Het wetsvoorstel wordt nu als volgt aangepast: wanneer de aanmaning betrekking heeft op meer dan een vordering, worden de hoofdsommen van deze vorderingen voor de berekening van de vergoedingen bij elkaar opgeteld.
Op zich goed geregeld zou je denken. De toelichting lijkt er echter op te wijzen dat het allereerst afhangt van de keuze van de schuldeiser of de meerdere vorderingen wel of niet op één aanmaning worden gezet. Dus kiest de schuldeiser voor afzonderlijke aanmaningen, dan mag per aanmaning de incassokosten berekend worden.
Wel wijst de minister er op dat de schuldeiser verplicht is om de schade zoveel mogelijk te beperken, waardoor hij gehouden is vorderingen samen te voegen. Als voorbeeld wordt echter slechts genoemd, wanneer verschillende vorderingen tegelijk opeisbaar zijn. Als dat de situatie is moeten de vorderingen voor voor de berekening van de hoogte van de kosten worden samengevoegd.
De meest voorkomende situatie in de praktijk is nu juist dat een aantal termijnen niet op tijd betaald worden. Deze termijnen zijn niet gelijk opeisbaar, maar na elkaar. Dit zou beteken dat telkens een minimumbedrag ad. € 40 berekend mag worden. Dit is een enorme verslechtering ten opzichte van de huidige situatie, omdat dit tot stapeling van kosten leidt. Bovendien zal het voor de rechter, mocht het tot een procedure komen, vrij lastig worden na te gaan welke kosten mogen worden berekend.
In de huidige situatie zal de rechter van de schuldeiser eisen dat vorderingen worden samengevoegd. Een extreem voorbeeld uit de praktijk betreft het waterbedrijf Groningen dat elke maandtermijn afzonderlijk overdraagt aan deurwaarderskantoor LAVG, waarbij vervolgens over elk dossier kosten worden berekend. Er is een voorbeeld gesignaleerd waarbij voor elke termijn ad. € 45 een dossier is aangemaakt. Uiteindelijk resulterend in 15 dossiers, met in ieder dossier het minimumbedrag ad. € 37 conform Rapport Voorwerk II. Er is in totaal € 555 aan incassokosten berekend. Bij samenvoeging van de dossiers zou volgens Rapport Voorwerk II echter slechts € 150 berekend mogen worden. Deze werkwijze zal iedere rechter nu afstraffen. Het wetsvoorstel lijkt echter deze werkwijze te legitimeren.
Onderscheid bedrijven en particulieren
Het oorspronkelijk wetsvoorstel gold voor vorderingen tot € 25.000 ongeacht of de debiteur een bedrijf of particulier betreft. De minister past het wetsvoorstel voor vorderingen van bedrijf op bedrijf op twee punten aan:
Er mag bij overeenkomst of algemene voorwaarden van de wettelijke regeling worden afgeweken, zodat ook hogere kosten mogen worden berekend.
Voor particulieren geldt de voorwaarde dat eerst een aanmaning moet worden gestuurd met een betalingstermijn van 14 dagen, voordat de incassokosten mogen worden berekend. Deze voorwaarde zal niet meer gelden voor bedrijven.
Dit heeft te maken met de verwachte invoering van de Europese richtlijn bestrijding betalingsachterstanden (late payment directive).
Bron: www.schuldinfo.nl



