04-11-2011 - Op 31 oktober stuurde de minister van Veiligheid en Justitie, dhr. Opstelten, het wetsvoorstel griffierechten naar de 2e Kamer, hierin staat dat het griffierecht in bestuurszaken wordt verlaagd ten opzichte van het eerder voorgestelde algemeen geldend basistarief van 500 euro.
Ook staat in dit voorstel dat er een vrijstelling komt van griffierechten voor personen zonder vermogen, inkomen of uitkering. Het kabinet ziet ook af van griffierechten voor de burger die zich in hoger beroep in bestuurszaken moet verweren. Naar aanleiding van de consultatie van het wetsvoorstel die in maart van dit jaar zijn binnengekomen, zijn dit de belangrijkste wijzigingen.
Tevens staat er in dit voorstel dat procedures eenvoudiger, sneller en effectiever moeten verlopen en meer moeten worden toegesneden op de behoeften en wensen van rechtzoekenden. Vandaar dat er met het wetsvoorstel griffierechten ook een innovatieagenda naar de Tweede Kamer gaat.
Voor on- en minvermogenden en de middeninkomens - in totaal zestig procent van de bevolking - gelden lagere tarieven, hierdoor blijft de toegang tot het recht voor die groep gewaarborgd. De burger betaalt, als dit voorstel wordt aangenomen, in bestuurszaken over bijvoorbeeld sociale uitkeringen, studiefinanciering en huurtoeslag een griffierecht van 250 euro. Voor andere bestuurszaken wordt dat 400 euro. Onvermogenden betalen in alle bestuurszaken een griffierecht van 125 euro. Bij de kantonrechter komt er in handelszaken tot 500 euro en alle familiezaken voor on- en minvermogenden eveneens één minimumtarief van 125 euro. Voor familiezaken bij de rechtbank bedraagt het standaardtarief 500 euro en geldt voor bovengemiddelde inkomens.
Geheel nieuw is dat bestuursorganen die in het ongelijk zijn gesteld, griffierecht moeten betalen. Rechtspersonen, zoals bedrijven en stichtingen, hoeven niet meer het dubbele tarief te betalen, maar evenveel als natuurlijke personen. Het argument hierachter is dat dit dubbele tarief in de praktijk veelal verhaald wordt op burgers die als zij verliezen, de griffierechten van de rechtspersoon moeten betalen. Bij de kantonrechter blijven verweerders gevrijwaard van griffierechten. Het kabinet streeft naar inwerkingtreding van het wetsvoorstel op 1 juli 2012. Meer dan tot nu toe worden zal de rechtsspraak worden bekostigd door diegenen die daar gebruik van maken.
Om de overheidsfinanciën op orde te brengen zijn hogere griffierechten noodzakelijk. Het kabinet kiest daarbij niet voor bezuinigingen op de rechtspraak om te voorkomen dat er een tekort aan rechters ontstaat, de werkvoorraden oplopen, de doorlooptijden langer worden of de kwaliteit van uitspraken achteruit gaat. Het is van groot economisch en maatschappelijk belang dat de rechtspraak kwalitatief hoogwaardig blijft en dat er binnen redelijke termijn recht wordt gesproken. Het kabinet wil burgers en ondernemingen met dit nieuwe voorstel stimuleren dat zij zich steeds af vragen of inzet van de rechter voor hun specifieke geschil de beste oplossing is in plaats van alternatieven als mediation, arbitrage of bindend advies.
Bij de innovatieagenda gaat het om effectieve geschilbeslechting. In het rechtsbestel moet meer gebruik worden gemaakt van digitale middelen en worden procedures zo ingericht, dat zaken zo efficiënt mogelijk worden afgedaan. Volgend jaar komt er een eenvoudige, digitale procedure bij de kantonrechter. Partijen kunnen de kantonrechter gezamenlijk, zonder inschakeling van een advocaat en digitaal, een geschil voorleggen. Men kan op deze manier zelf een bijdrage leveren aan een snelle oplossing van hun probleem. Men krijgt dan binnen zes weken een uitspraak. Rechters kunnen in bestuurszaken ook vroeg in de procedure een zitting plannen om in samenspraak met de procespartijen te kijken naar mogelijkheden om het echte probleem op te lossen. In 2015 kunnen in civiele en bestuursrechtelijke kwesties de procesdeelnemers bovendien hun zaken digitaal bij de rechter aanbrengen.



